Vinoth Ramachandra: ‘We leiden niet het soort leven waartoe Jezus ons heeft geroepen’

Vinoth Ramachandra

Dorina Nauta in gesprek met Vinoth Ramachandra

Het plan was een carrière in de academische wereld, maar het begeleiden en vormen van studenten werd uiteindelijk het levenswerk van Vinoth Ramachandra. In een land getekend door conflict en burgeroorlog herontdekte hij waar het Evangelie echt om draait. ‘De kern is verzoening. We kunnen niet spreken over verzoening met God, zonder op hetzelfde moment te spreken over verzoening met elkaar.’

Hoewel we het gesprek met Vinoth via de digitale weg voeren, is Vinoth niet onbekend met de Nederlandse context. Hij bezocht ons land diverse keren, en herinnert zich een van die bezoeken waar hij door zijn Nederlandse gastheren vooraf werd gewaarschuwd voor de (soms nogal botte) directheid van Nederlanders. Tot verbazing, en wellicht verbijstering, van zijn toehoorders nam Vinoth zelf echter geen blad voor de mond.

Het kritische en profetische geluid van Vinoth Ramachandra is niet altijd makkelijk om te horen. Maar achter de scherpe woorden gaat een warm kloppend hart schuil van iemand die oprecht zoekt naar de relevantie van het christelijk geloof in deze tijd.

Je studie was aanvankelijk helemaal gericht op een carrière in de academische wereld. Waardoor liep het anders?

Nadat ik mijn ingenieursgraad had behaald in Engeland was het plan om te solliciteren naar een baan op een universiteit in Engeland of de Verenigde Staten. Maar doordat ik een heel brede interesse had, verkeerde ik wat in verwarring. Daarop besloot ik een tussenjaar te nemen in Sri Lanka.

In dat jaar reisde ik over het hele eiland waar ik veel ongelijkheid aantrof en een land dat op het punt van een burgeroorlog stond. Ook ontmoette ik veel jonge mensen van allerlei pluimage: marxisten, boeddhisten, moslims. Ze stelden me allerlei vragen, zoals: ‘Waarom zijn alle christenen kapitalisten?’ Of: ‘Wat zegt de Bijbel eigenlijk over armoede en sociale ongelijkheid?’

Ik bedacht dat ik in de zeven jaar die ik door had gebracht in Engeland en waar ik allerlei gedegen evangelische kerken had bezocht, ik geen enkele preek kon herinneren die ging over oorlog, revolutie, armoede of etniciteit. Met een schok realiseerde ik me hoezeer onze economische en sociale context bepalend is voor hoe wij de Bijbel lezen, en voor wat wij zien als de centrale boodschap en onze opdracht als christen. Toen wist ik dat ik veel van de in Engeland opgedane kennis over het Evangelie en discipelschap weer moest afleren, om opnieuw te doordenken wat het betekent om een discipel van Jezus te zijn in de culturele politieke context van Sri Lanka.

Het leidde tot een worsteling met God, waarbij ik uiteindelijk besloot om mijn academische ambities los te laten, evenals het vooruitzicht op een comfortabel leven in het Westen, om me helemaal onder te dompelen in de context van Sri Lanka.

Waarom was de context van conflict en onrust in Sri Lanka zo belangrijk voor de vorming van jouw geloof?

In een land dat werd verscheurd door etnische conflicten, moest ik opnieuw leren dat het Evangelie over verzoening gaat. En we kunnen niet spreken van verzoening met God als we niet tegelijkertijd spreken van verzoening met elkaar. Zoals je leest in het Nieuwe Testament: de kerk is een nieuwe gemeenschap van jood en niet-jood, van man en vrouw, van slaaf en vrije.

Het belang van christelijke eenheid wordt in het Westen niet erg serieus genomen, doordat het Evangelie in Westerse context vaak erg individualistisch is. Het gaat allemaal om het hebben van een persoonlijke relatie met God, om wedergeboorte. Voor mij was het een krachtige ontdekking dat de eenheid van de kerk geen optioneel extraatje is. Het bracht me terug naar passages zoals in Johannes 17, waar Jezus zegt: ‘Het is door jullie liefde voor elkaar, jullie zichtbare eenheid, dat de wereld zal weten dat de Vader de zoon heeft gestuurd.’

Het Evangelie moet dus zowel gehoord als gezien worden. En waar het Evangelie niet wordt gezien, dus wanneer er geen gemeenschap is waar Christus mensen samenbrengt die normaal gesproken nooit met elkaar omgaan, zal geen enkele preek niet-christenen kunnen overtuigen.

Ik wist toen dat de beste manier waarop ik kon bijdragen aan de kerk en de samenleving in Sri Lanka was om mijn leven te investeren in het opleiden van christelijke studenten. Zodat wanneer zij verschillende maatschappelijke rollen vervullen in de samenleving, zoals politiek, journalistiek, kunst of onderwijs, zij daar zout en licht kunnen zijn.

In hoeverre is het mogelijk om in een land waar minder dan 1 procent protestants-christelijk is werkelijk impact te hebben?

Nou, het maakt eigenlijk niet zoveel uit hoeveel christenen er zijn. Je kunt nog steeds zout en licht zijn. Een goed voorbeeld hiervan zijn twee goede vrienden van mij. Ze zijn de enige twee christenen in het parlement van Sri Lanka dat bestaat uit 225 leden. Tegelijkertijd zijn deze twee de meest uitgesproken criticasters van de regering. Ze durven op te staan voor mensenrechten, en ze zijn niet bang om zich uit te spreken tegen corruptie.

Eén van hen heeft hierdoor al diverse doodsbedreigingen ontvangen, en er is zelfs een aanslag op zijn leven gepleegd. Iedereen in Sri Lanka kent deze twee politici en ze krijgen veel respect vanwege hun grote integriteit. Eens per maand ontmoeten we elkaar – en dit doen we al twaalf jaar lang – en dan delen we met elkaar onze moeite, onze zorgen, en dan bidden we voor elkaar.

Dus zeg niet dat je weinig impact hebt, omdat je maar met weinig bent. Sterker nog, er zijn landen in de wereld waar veel meer ‘christenen’ zijn, ook in de politiek, denk aan de Verenigde Staten of Nigeria. Maar ik ken geen enkel voorbeeld van een christelijke politicus die bekend staat om hun integriteit en moed, zoals mijn twee vrienden.

Dat we als christen in de minderheid zijn, kan zelfs een zegen zijn, hoe paradoxaal ook. De Franse socioloog, Jacques Ellul, heeft eens gezegd dat in een samenleving waar iedereen christen is niemand een flauw idee heeft waar het christendom om draait. Stel dat onze evangelisatie een groot succes zou zijn en iedereen christen werd, hoe zouden we dan de echte christenen kunnen vinden?

Je begrijpt alleen ten diepste wat je gelooft, zolang je omgaat met mensen die anders zijn. Zoals ik pas door de vragen van marxistische en boeddhistische studenten mijn geloof ging ontdekken. Misschien was het dus wel Jezus’ intentie dat de kerk altijd een minderheid zou zijn. Dat zie je ook terug in de metaforen die in de Bijbel gebruikt worden.

Alleen wanneer je door anderen geprikkeld wordt, door de vragen die ze stellen, wordt je geloof echt uitgedaagd. Dat is nodig voor de kerk, want zoveel mensen hebben een ‘tweedehands’ geloof – het is het geloof van hun ouders, of van hun voorganger of dominee. Ze hebben het nog nooit echt goed doordacht en bevraagd: wat geloof ik eigenlijk en waarom geloof ik dat, en hoe leef ik dat geloof uit?

Waar ligt volgens jou de roeping van de kerk in deze wereld?

Ik zie twee duidelijke taken voor de kerk. Allereerst is dat wat je ‘Integral Mission’ zou kunnen noemen, al spreek ik liever eenvoudigweg over de missie van de kerk, omdat de term Integral Mission soms teveel wordt geassocieerd met christelijke hulp en ontwikkelingswerk. Het gaat erom dat kerken gaan zien dat missie alles omvat waartoe God ons roept.

Het gaat dus niet alleen om prediken, mensen bekeren of kerken stichten. Wat we doen in de kunsten, in de media, in het bedrijfsleven, maakt allemaal deel uit van Gods agenda voor de kerk. Dus daar ligt een uitdaging.

Neem ‘christelijke politiek’. Wat je vaak ziet gebeuren – en dat gebeurt over hele wereld – is dat deze zogenaamde christelijke politici hun politieke macht gebruiken om een ​​bekrompen kerkelijke agenda te promoten. Dat is bijvoorbeeld gebeurd in veel Afrikaanse of Latijns-Amerikaanse landen.

Wanneer zo’n politicus zichzelf ‘wedergeboren’ noemt, wordt er niet verder gekeken naar zijn staat van dienst op het gebied van bijvoorbeeld de mensenrechten. Wat je dan krijgt, is dat christenen op machtsposities eigenlijk het tegenovergestelde doen van wat christelijke politiek zou moeten zijn. Denk maar aan de vele Braziliaanse pinkstermensen die Bolsenaro steunden.

Helaas weten veel dictators over de hele wereld precies hoe ze de kerk moeten manipuleren. Door de kerk te beloven homoseksualiteit te verbieden of moslims hard aan te pakken, of abortus illegaal te maken, krijgen ze de stemmen van evangelische christenen. Dat is voor mij een tragedie.

Wat is het tegengif hiervoor?

Door een meer theologisch, verfijnd begrip van al deze kwesties te ontwikkelen. Door christelijke thema’s niet te beperken tot abortus of seksualiteit, maar door te verbreden. Praat over etnische verhoudingen, over pluralisme, over geweld, oorlog, misdaad, over de staat van het onderwijs, over de gezondheidszorg. Dit zijn allemaal zorgen die op de agenda van de christelijke kerken zouden moeten staan.

We moeten weer opnieuw ontdekken wat de Bijbel bedoelt met het Koninkrijk van God. Kijk naar de profeten in het oude testament. Als zij spreken over het Gods Koninkrijk dan gaat het over het terugwinnen van de wereld die God heeft geschapen en waar Hij van houdt. Deze oudtestamentische hoop krijgt vorm in het leven en de bediening van Jezus. Wanneer Hij de zieken geneest, wanneer Hij demonen uitdrijft, wanneer Hij de gemarginaliseerden omarmt, wanneer Hij mensen de onvoorwaardelijke vergeving van zonden aanbiedt, hen herstelt in nieuwe gemeenschappen, dan luidt Hij Gods heerschappij in.

Het is slechts een dageraad, want we leven nu nog in deze spanning. Enerzijds is er al iets van geopenbaard in Jezus’ leven, dood en opstanding, anderzijds ligt de uiteindelijke vervulling van dat Koninkrijk nog in de toekomst. Dus wij – die iets van dat koninkrijk hebben geproefd – moeten leven als tekenen van dat komende koninkrijk.

Kijk naar de vroege kerk, daar werden bijvoorbeeld veel baby’s gered die waren achtergelaten om te sterven. In het Romeinse Rijk was kindermoord namelijk heel gewoon, vooral ongewenste meisjes trof dat lot vaak. De vroege kerk redde veel van deze kinderen door ze te adopteren en groot te brengen als hun eigen kinderen. Dat was geen ‘sociale actie’ of christelijk sociaal engagement, ze leefden eenvoudigweg het Evangelie uit. Dat is waar we toe worden opgeroepen, dat is wat de incarnatie van God in Christus inhoudt. Jezus laat ons zien wat een echt menselijke manier van leven is. Door Hem na te volgen, laten we aan anderen zien hoe God is en wat het betekent om echt mens te zijn.

Dat is prachtig, maar ook vaak ver van de realiteit. Hoe ga je om met de grote tegenstelling tussen hoe de kerk ‘zou moeten zijn’ en hoe de kerk in werkelijkheid is?

Maar geldt die tegenstelling tussen ideaal en werkelijkheid niet voor elk gebied van ons leven? Ik wil dat onze regeringen rechtvaardiger worden, dat ze opkomen voor de armen en de gemarginaliseerden, maar het gebeurt niet. Ik wil dat zoveel mogelijk mensen over Jezus horen en op deze boodschap reageren, maar dat zie ik niet gebeuren.

Het is vooral pijnlijk om de kerk te zien die beweert het lichaam van Christus te zijn en die altijd over Jezus praat, maar die er tegelijkertijd niet naar streeft om te leven in gehoorzaamheid aan wat Jezus leerde. Dat is voor mij de meest pijnlijke realiteit. Dus ja, ik leef de hele tijd met die pijn.

Maar desondanks probeer ik in mijn eigen kleine cirkel van invloed, door mijn schrijven, of mijn spreken, van betekenis te zijn. Dat is de roeping van de kerk, om te blijven spreken, het voor te blijven leven, ook als mensen soms niet luisteren. In Timoteüs zegt Paulus aan het einde van zijn leven: predik het Evangelie zowel gelegen als ongelegen, blijf trouw aan de boodschap, want op Gods tijd zal het vrucht voortbrengen.

Bovendien, we hebben geen keus. Lees maar in Mattheüs 5 waar Jezus omschrijft wat christelijk karakter, christelijk discipelschap inhoudt. Zalig zij die hongeren naar gerechtigheid, zalig de vredestichters. En Hij vervolgt: heb je vijanden lief, deel je bezittingen met de armen en behoeftigen. Jezus verwacht dus dat zijn kerk al deze dingen doet! We kunnen niet kiezen uit dat wat Jezus leert. We kunnen niet zeggen: dit vinden we acceptabel, maar dat is te lastig, dus dat negeren we.

Hoe zou de kerk een meer profetische rol kunnen vervullen? Welke thema’s zouden ze volgens jou moeten aansnijden?

Eén van de dingen die ik steeds benadruk als ik naar Nederland kom, is hoezeer evangelische kerken worden beïnvloed door een Amerikaanse conservatieve agenda. Veel christenen hebben een zeer zionistische lezing van de Bijbel. Dat is gewoon slechte theologie. Ze zijn onwetend – niet alleen van wat er echt in de Bijbel staat, maar ook van het feit dat er veel christelijke broeders en zusters in Palestina zijn die lijden onder wat eigenlijk een apartheidsstaat is in Israël.

Elke keer als ik de kans krijg, spreek ik hierover. Wil je moslims bereiken? Spreek je dan uit voor Palestijnse broeders en zusters. Dan ontdekken moslims dat niet alle christenen zionisten zijn. Maar wanneer de kerken pro-Israëlisch of zionistisch zijn, belemmert dat feitelijk de evangelisatie onder moslims.

Bovendien is het verraad aan onze Palestijnse broeders en zusters, of ze nu christen of moslim zijn. Natuurlijk kunnen wij als kerk het probleem in Israël niet oplossen. Maar wat we wel kunnen doen, is de verkeerde theologie uit te dagen. Wist je dat wanneer Benjamin Netanyahu de Verenigde Staten bezoekt, hij eerst de kerken bezoekt die dit soort theologie promoten? En mensen geven hem zelfs geld wat gebruikt wordt door Joodse kolonisten om Palestijnse huizen te vernietigen en hun eigen huizen te bouwen.

Zolang christenen in het Westen zich over dit onrecht niet uitspreken, hoe kunnen ze in vredesnaam dan over evangelisatie in moslimlanden praten? Dat is zonde van de tijd.

Over evangelisatie gesproken, wat is volgens jou de betekenis van het Goede Nieuws?

Wat Goed Nieuws is, wordt gevormd door onze context. Zelfs in het Nieuwe Testament heb je niet één Evangelie, maar vier Evangeliën. Wat die vier evangeliën gemeen hebben, is de persoon van Jezus. Omdat Jezus het goede nieuws is! Het goede nieuws is dus niet een boodschap of een formule, het is een persoon.

Evangelisatie betekent dat je mensen van alle naties en alle culturen uitnodigt om naar te luisteren naar wat Jezus te zeggen heeft en zijn manier van leven te observeren. Is Hij wat Hij beweert te zijn, en zo ja, wat betekent dit dan voor jouw leven en jouw samenleving?

Met evangelisatie bedoel ik dus niet dat ik naar mensen ga en zeg: dit is het goede nieuws. Ik zou naar ze willen luisteren, met ze willen werken, ze kennis laten maken met Jezus, en dan kijken wat ze in Jezus herkennen. Wat is goed nieuws voor hen? Hoe daagt Jezus hen uit, hoe confronteert of bevestigt Hij hen?

Waarom is de kerk vaak zo onaantrekkelijk voor mensen buiten de kerk? Omdat we niet het soort leven leiden waartoe Jezus ons heeft geroepen. Mensen voelen zich tot Jezus aangetrokken als ze de evangeliën lezen. Maar vaak vragen ze: waarom zijn christenen dan niet zoals Jezus? Mensen zien christenen als veroordelend, als hardvochtig, als bekrompen, als saaie mensen. Zo dacht ik ook over christenen toen ik opgroeide. Pas toen ik de evangeliën las, werd ik verliefd op Jezus. Omdat hier een man was die heel anders was dan de christenen en religieuze mensen die ik kende. Dat is wat me tot op de dag van vandaag aantrekt tot het geloof.

Vinoth Ramachandra

Over Vinoth Ramachandra

Vinoth Ramachandra werd geboren in Colombo, Sri Lanka. Aan de universiteit van London behaalde hij zowel bachelors als doctoraten in nucleaire engineering. In 1980 keerde hij terug naar Sri Lanka waar hij meehielp bij de ontwikkeling van een christelijke universitaire bediening in dat land.

Vinoth Ramachandra was o.a. betrokken bij de Civil Rights Movement in Sri Lanka, evenals bij het wereldwijde Micah Network en A Rocha. Tegenwoordig is hij lid van het IFES Senior Leadership Team als secretaris voor dialoog en sociale betrokkenheid. Ook participeert hij in de internationale adviesraad van het Faraday Institute for Science and Religion, gevestigd in Cambridge.

Vinoth Ramachandra schreef diverse essays, artikelen en boeken, waaronder Gods That Fail (2016), Subverting Global Myths: Theology and the Public Issues that Shape Our World (2008) en Sarah’s Laughter: Doubt, Tears and Christian Hope (2020). Vinoths Deense vrouw Karin, met wie hij in 1998 trouwde, overleed in 2018.

Lees meer verhalen van Moderne Micha’s.

Gerelateerd