Stefan Paas over waarheid spreken tegen de macht

Stefan Paas beraadsdag Micha NL

Stefan Paas deelde onderstaand betoog tijdens de beraadsdag Waarheid spreken tegen de macht op 23 mei 2025.

Over profeten

‘Geen profeet is geëerd in z’n eigen vaderland’. Die woorden van Jezus zijn misschien goed om meteen wat illusies de kop in te drukken. Als je waarheid spreekt tegen macht of je uitspreekt tegen valse gemoedsrust, reken er dan maar op dat je tegengas krijgt. Als iedereen aan de vergadertafel begint te glimlachen als je binnenkomt, doe je iets niet goed als profeet. Die spanning hoort erbij.

Dat betekent natuurlijk niet dat het andersom ook zo is, dat je een goede profeet bent omdat je met iedereen ruzie hebt.

Om met de deur in huis te vallen: de meeste profeten hebben ongelijk. Dat zie je in de Bijbel. Dat klinkt een beetje raar, omdat wij gewend zijn ons te richten op namen als Micha, Jesaja of Amos. Maar wat denk je van Zedekia of Hananja of al de vierhonderd profeten van koning Achab? Wat denken we van de profetenscholen of van de priester Amazia die tegen Amos zegt dat hij moet oprotten naar zijn eigen land, want er zijn hier genoeg profeten die keurig vertellen wat de koning wil horen? Ga er maar vanuit dat tegenover elke grote profetennaam die je in de Bijbel vindt er honderd waren in die tijd die precies het tegenovergestelde beweerden.

Wij zijn gewend onderscheid te maken tussen ware en valse profeten. Het boek Deuteronomium geeft een mooi criterium: als de woorden van de profeet uitkomen, dan is het een ware profeet. Prachtig criterium, maar hoe lang mag dat duren? Kunnen we daarop wachten? Politici zien je al aankomen: kies radicaal voor de Palestijnse zaak en over honderd jaar zult u zien dat ik gelijk had.

De gewone burgers in de Bijbel zien twee profeten die tegen elkaar in roepen, maar hoe beslis je wie de ware profeet is? In het boek Jeremia zie je hoe Jeremia daarmee worstelt, hoe eenzaam hij zich voelt. Niemand gelooft hem, iedereen lacht hem uit, hij wordt afgemaakt op sociale media en op straat in elkaar geslagen. Hoe weet hij zo zeker dat hij gelijk heeft? Twijfelt hij nooit aan zichzelf? Is dit het allemaal waard?

Profetisch spreken is midden in het rumoer staan, midden in de actualiteit. Het is niet gebaseerd op uitgebreide analyse, lang wikken en wegen, eindeloos vergaderen waarbij je zoveel mogelijk mensen binnenboord krijgt. Dat maakt het kwetsbaar.

‘Mijn hart wordt in mijn binnenste gebroken, al mijn beenderen bewegen zich. Ik ben geworden als een dronkeman, als een man wie de wijn naar het hoofd is gestegen, vanwege de HEERE, en vanwege Zijn heilige woorden.’
– Jeremia 23

De profeet wankelt altijd wat heen en weer tussen grote woorden van recht en onrecht die je moet uitspreken, en tussen twijfel, angst, en sociale uitsluiting die gemakkelijk je deel worden als je de status quo betwist.

Waarheid spreken tegen de macht

Dus dat is typisch voor de waarheid spreken tegen macht: als je zeker wilt weten dat je gelijk hebt, dat je alle nuances en invalshoeken hebt verkend, als je een afgewogen oordeel wilt waarmee iedereen kan leven – dan is het moment al voorbij.

Als je alleen comfortabele dingen wilt zeggen en nooit uit de bocht wilt vliegen, ben je geen profeet. Profeten komen nu juist bij uitstek uit de hoek waar nuance een luxe is. Ik kan me niet aan de gedachte onttrekken bij sommige stukken uit het boek Ezechiël: ‘Had die man niet tegen zichzelf beschermd moeten worden?’. Je kunt ook te beeldend zijn, zeg maar.

De pijn van zijn woorden is dwars door hem heen gegaan. Maar intussen zijn die diep-getraumatiseerde teksten toch in de Bijbel terecht gekomen, omdat generaties na hem in die gebarsten, gedeukte, beschadigde trompet toch een zuivere toon hebben gehoord.

Uit de Bijbel kun je afleiden dat profeten meestal niet zeggen wat iedereen graag hoort, dus dat kan helpen om ware profetie te herkennen. Comfortabele, geruststellende geluiden zijn meestal geen profetie. Maar het is een wankel criterium, want we weten allemaal: dingen zeggen die tegen de stroom ingaan betekent niet per se dat je gelijk hebt. Je kunt ook gewoon eigenwijs zijn, recalcitrant, narcistisch, betweterig of theatraal, verliefd op jezelf en je geniale inzichten. Dat zijn (tussen haakjes) ook precies de dingen waarvoor profeten constant worden uitgemaakt.

Moeilijk, moeilijk.

We kunnen niet zonder profeten

Maar we kunnen niet zonder profeten. Mensen die onrecht benoemen op een moment waarop de grote meerderheid nog niet zover is. Dat wordt hen niet in dank afgenomen. Martin Luther King maakte het mee dat hij bekritiseerd werd door collega’s vanwege zijn marsen voor geweldloos verzet. Uit de gevangenis in Birmingham schrijft hij hun iets wat profeten van alle tijden zeggen tegen het establishment:

‘Jullie betreuren de demonstraties in Birmingham. Maar jullie verklaring, en het spijt me om dat te zeggen, spreekt geen gelijke zorg uit over de omstandigheden die de demonstraties veroorzaakt hebben’.

Het redelijke midden maakt zich vaak drukker over actievoerders en protesten dan over onrecht.

Reken dus niet op veel complimenten. Die komen vaak pas achteraf, wanneer profetische geluiden doordringen tot het brede midden. Denk aan de strijd tegen de slavernij, de burgerrechten in Amerika. Of denk aan Gaza nu. Ik herinner me dat ik zelf anderhalf jaar geleden stevige debatten had met mensen die toen ‘genocide’ riepen.

Ik vind nog steeds dat ze daarmee toen te vroeg en te stevig spraken. ‘Genocide’ is een zwaar woord; zo’n oordeel moet voldoen aan stevige criteria. Mijn stellige overtuiging was dat die criteria er toen, kort na 7 oktober 2023, nog niet waren. Natuurlijk waren er bedenkelijke uitspraken van Israëlische politici, maar die kon je volgens mij ook toeschrijven aan trauma.

Maar intussen is de stemming omgeslagen: het woord ‘genocide’ begint nu de consensus te worden onder experts. Achteraf kun je zeggen: die profeten van toen waren misschien ongenuanceerd, ze deden geen recht aan de complexiteit van het geheel, en ik denk nog steeds dat ze toen en daar strikt genomen ongelijk hadden met het woord ‘genocide’. I

ntussen openden ze wel een denkruimte, een kritisch perspectief dat voorkwam dat de gelederen zich sloten. Als het echt onzin was geweest wat ze zeiden, dan was het ook verpieterd, denk ik. Maar profetische geluiden die – ondanks alle valse tonen – toch iets zuivers hebben, hebben ook het vermogen om door te dringen tot het midden, om uiteindelijk de stemming te doen omslaan. Als het iets van waarheid heeft, zal het vroeg of laat groter worden.

Van tevoren weet je nooit wanneer dat gebeurt en of dat ook gebeurt met jouw profetie. Maar we kunnen er wel over nadenken, hier en nu, hoe je je uiterste best kunt doen om zuiver te profeteren, juist in die onzekere beginsituatie waarin je gegrepen bent door het onrecht dat je ziet, terwijl je tegelijk niet beweert dat je de waarheid in pacht hebt of het totale overzicht hebt.

Martin Luther King noemde dat ‘self-purification’, voor hem een belangrijke stap voordat je overgaat tot actie. Hoe voorkom je dat je profetische beweging versplintert en wegzinkt in het eigen radicale gelijk? Hoe voorkom je dat het hoogmoedig wordt? Hoe houd je het protest zuiver?

Recht, verzoening, vreugde

Ik denk dat profetie in de Bijbel in het grotere kader staat van vrede zoeken en vrede stichten. In mijn laatste boek, De weg van vrede, heb ik uitgewerkt dat het Bijbelse woord ‘vrede’ drie dimensies heeft: recht, verzoening (gemeenschap) en vreugde.

Ze zijn alle drie nodig: zonder recht is er geen echte verzoening mogelijk en ook geen vreugde. Maar andersom geldt ook: je kunt niet opkomen voor recht puur en alleen om onrecht aan de kaak te stellen. Je hebt ook een visie nodig voor gemeenschap, verzoening, hoe vijanden weer vrienden kunnen worden. Ik denk dat dat het kenmerk is van christelijke profetie: spreken voor het recht, maar altijd met de deuren open naar vrede, dus naar verzoening met tegenstanders en vreugde voor iedereen.

Al die dimensies van vrede hebben hun eigen risico’s. Profeten spreken denk ik terecht bestuurders en machthebbers aan die koste wat kost de groep bij elkaar willen houden, die ‘verzoenend’ willen spreken, maar dan wel vaak ten koste van minderheden of ongemakkelijke waarheden. ‘Het is beter dat 1 man aan het kruis gaat dan dat het hele volk ten onder gaat’ – dat is precies die reactie waar veel mensen hier tegenaan zijn gelopen: de groep boven alles, houd het gezellig onder elkaar, wees redelijk, gematigd, doe niet zo raar en afwijkend. Profeten moeten zich daartegen uitspreken.

Profeten spreken zich ook uit tegen mensen die koste wat kost het leuk en vrolijk willen houden. Welvaartspredikers, genotzoekers, hedonisten, wegkijkers. Mensen die Jezus volgen om de wonderen en weglopen als het te profetisch wordt. ‘Zijn woorden zijn hard, wie kan ze aanhoren?’.

Profeten spreken zich uit tegen verzoening en vreugde zonder recht. Ze dagen de kerk en de samenleving uit om niet gezapig te worden, zelfgenoegzaam. Maar profeten hebben hun eigen uitdaging: zij staan bloot aan het risico dat zij recht zoeken om het recht, onrecht aan de kaak stellen om te gloriëren met het gelijk dat je ermee hebt, om het griezelige genot dat wij altijd weer scheppen in het vinden van vijanden. Zo kun je overblijven met een kleine groep die ontzettend gelijk heeft, terwijl je met iedereen ruzie hebt. Ach, maar dat is toch maar de schare die de wet niet kent.

Profeteren voor de vrede, met open deuren naar verzoening en vreugde, hoe doe je dat? Hoe houd je de vrede in het oog? Ik noem twee dingen: zuivere profetie komt op uit verbinding met de mensen voor wie je opkomt (roeping) en streeft naar verbinding met de mensen tegen wie je je uitspreekt (liefde).

Roeping (vanuit verbinding):

Profeten oordelen niet alleen. Ze dromen ook. Denk aan de visioenen van Jesaja en Micha: zij houden ons een wereld voor waarin zwaarden zijn omgesmeed tot ploegscharen, waar kinderen niet hoeven te sterven, waar mensen waardig oud worden, en leven in een rechtvaardige wereld, waar leeuw en lam samen weiden. Hun profetie, hoe scherp die soms ook is, reikt uit naar een wereld waarin de hele schepping verzoend is, ook degenen die nu je tegenstanders zijn.

Profeten spreken vanuit engagement. Amos is iemand van het ‘volk van het land’, de klasse die verarmd raakt door de onrechtvaardigheid van grootgrondbezitters. Jesaja is verbonden met kringen aan het hof en kent de spelers in de (internationale) politiek persoonlijk. Theoloog Samuel Wells heeft het over ‘being with’ als voorwaarde voor ‘working for’. Het is prachtig als je mooie teksten hebt over ‘armoede’, maar hoeveel arme vrienden heb je eigenlijk? Vandaag denk ik aan mensen als straatarts Michelle van Tongerloo die opkomt voor ongedocumenteerden, of de katholieke organisatie Sant’Egidio die zich wereldwijd inzet voor vrede vanuit haar diepe betrokkenheid bij de ‘vrienden van de straat’ (door andere burgers ‘daklozen’ genoemd).

Profetie staat niet haaks op analyse en onderzoek, integendeel. Maar in profetie zit wel altijd iets van roeping. Er is in de Bijbel wantrouwen tegen ‘beroepsprofeten’. Je wordt gegrepen door wat je bestudeert, je hoort er Gods stem in, en je besluit je leven in een ongemakkelijke zone te brengen, je reputatie op het spel te zetten. Profeten doen het niet omdat ze het leuk vinden om dwars te zijn. Jeremia klaagt tegen God: u hebt mij overweldigd.

Liefde (tot verbinding):

Profeten voelen zich deel van het volk dat zij bekritiseren. Profetie streeft naar verzoening, naar een wereld waarin ook de tegenstanders vrienden zijn geworden. Desmond Tutu zei het zo, in zijn strijd tegen Apartheid:

‘Wij zullen groeien in de wetenschap dat zij [witte mensen] ook Gods kinderen zijn, zelfs als ze onze onderdrukkers zijn, ook als ze onze vijanden zijn. Sterker nog, zij zijn onze zusters en onze broeders, omdat we het voorrecht hebben om God ‘Abba’ te noemen, Onze Vader. Daarom horen zij met ons in de familie van God, en hun menselijkheid is verbonden met onze menselijkheid, zoals de onze is verbonden met de hunne.’

De teksten van de profeten staan ook vol beloften over wat er komt na het oordeel. Beloften van hoop, van een heilige rest, van God die antwoordt op serieuze bekering. Profeten kunnen getraumatiseerd spreken, maar nooit wraakzuchtig of superieur.

Profeten zijn bereid het lot van het volk te delen, als het oordeel komt. In profetie zit altijd iets van Jezus zelf, die aan het kruis ging voor ons. Jeremia en Ezechiël gaan met het volk in ballingschap. Zij staan niet triomfantelijk aan de zijlijn te roepen ‘I told you so!’. Het ging nooit om henzelf, om hun eigen inzicht. Het ging hen altijd om de rechtvaardige, verzoende en vreugdevolle wereld van God.

Gerelateerd